Jan Frans Vonck (1743-1792) - Hendrik van der Noot

Artikelindex

Hendrik van der Noot (1731-1827)

"den Brabantschen Washington"

Advocaat Hendrik van der Noot, leider van de Statisten, werd op 7 januari 1731 geboren als zoon van Nikolaas Franciscus van der Noot, heer van Vrechem, Kelfs en Gobbelschrooy. Nikolaas Franciscus was amman of hoofd van de politie in Brussel. Hendriks moeder was Jéromette-Françoise van Caverson, bij wie Nikolaas niet minder dan negen kinderen had (uit zijn tweede huwelijk, met de Antwerpse Madelein-Louise van Honsem, werden er nog eens acht geboren).

De van der Noot's waren een oud Brabants geslacht, waartoe ook de 16de-eeuwse dichter jonker Jan van der Noot behoorde. In de loop der eeuwen speelden talrijke Van der Noot's een rol in Brussel, onder meer als burgemeester of als schepen. Anderen bekleedden ambten in het bestuur van het hertogdom.

Het geslacht Van der Noot bestond uit twee takken. De Van der Noot de Duras verwierven de titel van graaf en bouwden in Duras een prestigieus neoklassicistisch kasteel. De van der Noot d'Assche, waartoe ook Nikolaas' familie behoorde, stamden af van Mattias Van der Noot, onder keizer Karel V forestier van het Zoniënwoud. Deze aristocratische achtergrond verklaart de gehechtheid van Hendrik aan ancien régime en adellijke privileges.

Hendrik van der Noot promoveerde op 1 februari 1757 aan de universiteit van Leuven tot licentiaat in de beide rechten. Dertig jaar later werd hij ook advocaat bij de Soevereine Raad van Brabant. Hij erfde de woning van zijn vader aan de Nieuwstraat, tussen de St.Michielstraat en de Koolstraat.

Op23 april 1787 publiceerde Van der Noot zijn Mémoires sur les Droits du Peuple Brabançon, startsein van het protest tegen de hervormingen van Jozef II. Weldra werd hij officiële woordvoerder van de Staten van Brabant. In 1788 vluchtte Van der Noot naar Breda, waar hij zijn activiteiten voortzette.

Als agent plénipotentiaire du peuple Brabançon zocht hij bij Engeland, de Verenigde Provinciën en Pruisen steun voor de opstand. Na de val van Turnhout hield Van der Noot op 18 december 1789 met andere leiders van de opstand een triomfantelijke intocht in Brussel. Hij richtte mee de Verenigde Nederlandse Staten op en speelde de rol van eerste minister. Als zodanig genoot den Brabantschen Washington de steun van de clerus; bij het volk was hij erg geliefd.

Toen de Oostenrijkers in 1790 terugkeerden, vluchtte Van der Noot naar de Verenigde Provinciën, waar hij een zwervend bestaan leidde.
Oostenrijk vroeg zijn uitlevering; stadhouder Willem V verbood hem zich op te houden in het grensgebied. Toen Van der Noot in 1792 gedwongen werd de Republiek te verlaten, vestigde hij zich in Engeland.

Na de Franse inval keerde Van der Noot naar de Zuidelijke Nederlanden terug. Hij kreeg het een paar keer aan de stok met de Franse overheid en belandde zelfs een poos in de gevangenis, maar speelde geen politieke rol meer. Op 13 juni 1827 overleed Van der Noot, totaal vergeten, op zijn buitengoed in Strombeek.