Jan Frans Vonck (1743-1792) - Succesvol advocaat in protestbeweging

Artikelindex

Succesvol advocaat in Brussel komt in protestbeweging terecht

Op een weilandje naast café Maxens in Baardegem schieten enkele mannen onverstoorbaar naar de staande wip. De striemende novemberregen lijkt de boogschutters, die zichzelf "De Vonckisten" noemen, niet te deren. Met die naam herinnert de schuttersvereniging van Baardegem aan haar illustere dorpsgenoot Jan Frans Vonck.

Baardegem een deelgemeente van Aalst, houdt de herinnering aan haar beroemde telg levendig. Er is niet alleen de schuttersvereniging "De Vonckisten", maar er zijn ook de "Vonckruiters". Even voorbij café Maxens, in de richting van Aalst, staat het gasthof Vonck. Aan de kerk herinneren twee gedenkplaten aan Jan Frans Vonck, die er begraven ligt. Vlakbij staat een beeldje van Vonck als kleine jongen. Het werd in 1989 onthuld, naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van de Brabantse Omwenteling, waarin Vonck een vooraanstaande rol speelde.

In Baardegem weet ongeveer iedereen wie Jan Frans Vonck is. In de rest van de wereld is dat niet het geval. Vonck is vaak niet meer dan een schimmige figuur uit de geschiedenisles, de Brabantse Omwenteling, een vage herinnering aan de schoolboeken.

Het wás natuurlijk een verwarde tijd, met de opstand tegen de Oostenrijkers, de oprichting van de "Verenigde Nederlandse Staten", de herovering van onze gewesten door de Oostenrijkers, gevolgd door de eerste inval van de Fransen. Maar dat is geen reden om de hele periode uitsluitend aan historici over te laten. Vonck en zijn tijdgenoten verdienen beter.

Hoogstraete

Johannes Franciscus Vonck werd op 29 november 1743 in Baardegem geboren. Zijn ouders, Jan Vonck en Elisabeth van Nuffel, waren welgestelde boeren. Ze woonden buiten de dorpskom van Baardegem, in de "Hoogstraete", een zijstraat van de oude weg van Brussel naar Dendermonde. Van Vonck's geboortehuis is geen spoor meer te bekennen, maar de straat waar de boerderij tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw stond, draagt wel zijn naam.

Over de kinder- en jeugdjaren van Jan Frans Vonck weten we weinig. Vonck was de oudste van vijf kinderen. Na hem volgden zijn broer Benedictus Hieronymus, die later priester werd en drie zussen Maria Anna Josepha, Anna Margaretha en Maria Theresia.

Vermoedelijk liep Vonck school in Baardegem, waar Gillis Heyvaert toen onderwijzer en koster was. Voorts weten we dat hij in 1753 samen met zijn broer Benedictus het vormsel ontving. De plechtigheid vond plaats in de abdij van Affligem.

Voor zijn humaniora-opleiding trok Vonck eerst naar de Jezuïten in Brussel, daarna naar het gymnasium in Geel, waar hij in 1762 afstudeerde. Nadien besliste Vonck om rechten te studeren. Op 24 januari 1763 schreef hij zich in Leuven aan het college "De Valk" in.

Vonck deed het verre van slecht aan de universiteit. In 1764 werd hij derde in de filosofie, op 108 kandidaten. Twee jaar later ontving hij de lagere inwijding in de privé-kapel van de aartsbisschop van Mechelen, maar hij beoogde geen verdere kerkelijke carrière. Hij promoveerde in 1769 tot licencaat in de beide rechten (kerkelijk en burgerlijk recht)

In minder dan 20 jaar bouwde Vonck er een bloeiende advocatenpraktijk uit. Hij werd advocaat-fiscaal van Sint-Goedele en tresorier van de abdij van Vorst. Daarnaast werd hij advocaat van de rijke abdij van Tongerlo. Dat zou hem geen windeieren leggen, want tijdens de Brabantse omwenteling zou de abt van Tongerlo financiële steun aan de opstandelingen bieden. In 1772 werd Vonck advocaat bij de Raad van Brabant, het hoogste gerechtshof van het hertogdom. Daarnaast was hij "rechtsgeleerde schepen" bij lagere rechtbanken in verscheidene dorpen rond Brussel.

Vonck werd een van de meest gereputeerde advocaten van Brussel. Hij genoot zoveel bekendheid dat brieven, die alleen zijn naam en niet zijn adres vermeldden, zonder problemen terechtkwamen.

Studie

Ondanks zijn bloeiende praktijk leidde Vonck een vrij rustig bestaan. Hij legde zich vooral toe op de studie. Via kranten bleef hij op de hoogte van de politieke gebeurtenissen in het buitenland. Als kind van zijn tijd kende Vonck de ideeën van de Franse filosofen. Hij was de opvattingen van Montesquieu en Rousseau niet ongenegen, en hij kende het werk van de encyclopedisten. In zijn eigen geschriften citeerde hij Cicero, Horatius, Ovidius en Erasmus.

Als hij niet op het einde van de achttiende eeuw had geleefd, was Vonck waarschijnlijk tot het einde van zijn bestaan rustig advocaat gebleven en was hij achteraf geruisloos in de geschiedenis verdwenen. De omstandigheden dwongen hem naar buiten te treden

Toen Jozef II zijn hervormingen begon door te voeren, reageerde Vonck niet onmiddellijk. Vermoedelijk had de advocaat niet veel bezwaren tegen de verlichtte ideeën van de keizer. Over de manier waarop Jozef II zijn plannen doorvoerde, maakte Vonck zich misschien wél zorgen. Toen de keizer heel voortvarend alle politieke instellingen in de Nederlanden wou afschaffen en door nieuwe vervangen, en toen daarop een protestbeweging op gang kwam, kon Vonck niet langer werkeloos toezien.

Op welk tijdstip Vonck precies in de oppositie ging weten we niet. Toen de keizer in 1783 alle kontemplatieve kloosterorden afschafte en Vonck daardoor zijn baan als tresorier bij de abdij van Vorst verloor, is er nog geen sprake van protest.

Drie jaar later, toen Jozef II de oprichting van nieuwe rechtbanken aankondigde en er vacatures vrijkwamen, stelde Vonck zich geen kandidaat. Zat hij op dat moment al in de oppositie? De bronnen geven geen uitsluitsel. Vast staat dat Vonck eind 1788 actief naar medewerkers begon te zoeken om de Oostenrijkers te bestrijden. Van dat moment kon hij niet meer terug


Els Groesens.

Bron: Dagblad 'De Standaard' van woensdag 25 nov 1992.